Misleidende reclame

Wat is misleidende reclame?

U kent ze vast wel, die reclames waarvan iedereen op voorhand denkt: dit is te mooi om waar te zijn. Het kan variëren van een afslankmiddel dat allerlei dingen belooft die niet altijd waar zijn, tot een elektronicawinkel die vlak voor Black Friday de prijzen verhoogt, waardoor de korting net iets aantrekkelijker lijkt. Maar mogen ze dit eigenlijk wel?

De wet stelt in artikel 6:194 dat hij, die producten of diensten vanuit beroep of bedrijf aanbiedt, onrechtmatig handelt indien de mededeling misleidend is ten opzichte van:

-       De aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden

-       De herkomst

-       De omvang van de voorraad

-       De prijs of wijze van berekenen daarvan

-       De aanleiding of het doel van de aanbieding

-       Uitgebrachte beoordelingen of verklaringen op wettenschappelijk gebied

-       Voorwaarde waaronder goederen geleverd worden of de betaling plaatsvindt

-       Omvang, inhoud of tijdsduur van de garantie

-       De identiteit, hoedanigheid en bekwaamheid van degene die de producten vervaardigd.

Dit zijn slechts voorbeelden die de wet ons geeft en is geen volledige lijst.

Naast deze algemene regels gelden er voor sommige reclames ook aparte reclamecodes. Zo zijn influencers op sociale media verplicht te vermelden wanneer zij betaald worden voor een samenwerking (en dus reclame maken), bijvoorbeeld door middel van de hashtag #ad. Reclames voor alcoholhoudende dranken mogen niet afgespeeld worden vlak voor kinderfilms. Voor alle specifieke reclamecodes kunt u kijken op de website van stichting reclamecode.

Bewijslast bij misleidende reclame

De bewijslast bij misleidende reclame ligt net iets anders dan bij andere gevallen. Normaliter is het geval: wie eist bewijst. Bij misleidende reclame is dat heel lastig, daarom heeft de weggever besloten dat de bewijslast omgedraaid is, degene die verdacht wordt van misleidende reclame moet bewijzen dat daar geen sprake van is.

Zelf misleidende reclame ervaren?

Op het moment dat u zelf misleidende reclame ervaart kunt u gratis een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie (RCC). De RCC komt dan met een aanbeveling, houdt het bedrijf zich niet aan die aanbeveling? Dan kan de commissie aan toezichthouders als de Autoriteit Consument en Markt vragen om op te treden. Dit kan onder andere doormiddel van een boete.

Ook kan de rechter een uitspraak doen of de reclame misleidend is of niet. In het geval dat het wel zo is levert dit een onrechtmatige daad op. Artikel 6:196BW geeft aan dat de rechter de ongeoorloofde reclame kan verbieden of een openbare rectificatie maken. Ook kan er een schadevergoeding geëist worden.

Tijdperk van de nabijheidsrechter binnen civiele procedures nabij?

Helaas weten burgers, onverhoopt, de weg naar de rechter vaak niet te vinden. In het kader van ‘maatschappelijk effectieve rechtspraak’ wil de Minister van Rechtsbescherming, Franc Weerwind, een zogenaamde ‘nabijheidsrechter’ instellen. Bij deze rechter kunnen burgers op een vereenvoudigde manier hun zaak aanbrengen. Via een versnelde procedure worden kantonzaken zo behandeld. Minister Weerwind legde een algemene maatregel van bestuur voor aan de Raad van de Rechtspraak die de houdbaarheid van dit idee beoordeelt.

Doelgroep

Waar de ‘vredesrechter’ in België en Frankrijk in de praktijk al een aanzienlijke rol vervult, is de nabijheidsrechter uiteindelijk in Nederland bedoeld om een helpende hand te bieden aan zij die de weg naar de rechter zoeken. De rechter richt zich dan meer specifiek tot kwetsbare burgers en kleine ondernemers met een geschil aangaande een bedrag van maximaal 5000 euro. Op deze manier kan hij van waarde zijn voor zij die het nodig hebben.

Werkwijze

Op een vereenvoudigde manier kunnen burgers bij deze nabijheidsrechter hun zaak aanbrengen. De rechter behandelt zaken van burgers op een meer laagdrempelige manier. Het idee is dat de zaak op een mondelinge wijze tijdens de zitting wordt besproken. Middels een tijdelijk besluit worden deze punten gerealiseerd. Ook kan een procedure op deze manier al aanvangen op het moment dat enkel de aanvragende partij hiertoe verzoekt, waar normaliter beide partijen vooraf moeten instemmen met de procedure. Andere voordelen die de procedure bij de nabijheidsrechter volgens de Raad van de Rechtspraak biedt zijn de dejuridisering van het geschil en het streven naar een schappelijke regeling. Binnen zo een proces wordt de focus dus gelegd op het menselijke aspect. Er vindt veel overleg plaats, waardoor er ruimte wordt geboden aan partijen om naar elkaar uit te spreken welke verwachtingen ze hebben of met welke problematiek ze kampen.

Door een algemene maatregel van bestuur worden details van de tijdelijke wet verder uitgekristalliseerd. Een wet die in dit geval de mogelijkheid biedt om, voor ten hoogste 3 jaar, af te wijken van het burgerlijk procesrecht is de Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging. Deze werd op 23 juni 2020 door de Eerste Kamer aangenomen zodat experimenten aan de praktijk kunnen worden getoetst.

Kritiek

De Nederlandse Orde van Advocaten vindt dat het concept van de nabijheidsrechter nog niet voldoende aan de praktijk is getoetst en nog niet op een toereikende manier is doordacht. Daarbij bestaat er tegenwoordig al een hoge werkdruk bij rechtbanken welke door het experiment alleen maar meer zal oplopen, aldus de NOvA. Daarnaast moeten de algemene maatregelen van bestuur, waar de experimenten aan gekoppeld zijn, vooraf worden uitgewerkt. Hoewel dit positief is gebleken voor de rechtszekerheid van de procesdeelnemers blijft het van belang dat deze details, voortvloeiend uit de algemene maatregelen van bestuur, door de praktijk worden aangekaart. Toch denkt de Raad dat er sprake is van een besluit waarin ‘een werkbare balans is gevonden binnen dit spanningsveld’. Zij nemen, in tegenstelling tot de NOvA, een meer positieve positie aan als het gaat om het voorstel van een nabijheidsrechter.

Opinie

Naar mijn mening is het van belang en blijft het van belang dat burgers op een laagdrempelige wijze aanspraak kunnen maken op een rechterlijke organisatie. De rechterlijke macht vervult immers één van de belangrijkste functies binnen ons staatsbestel en daarmee ons rechtssysteem. Het voorstel van een nabijheidsrechter klinkt voor mij dan ook als een goede manier om op een laagdrempelige, snelle en eenvoudige wijze toegang te realiseren tot de rechterlijke macht. Natuurlijk schuilt in dit idee het gevaar tot een mogelijk te belast orgaan, wat het werk niet meer zal kunnen dragen. Toch denk ik dat dit gebrek vanzelf kenbaar zal worden gemaakt na het driejarige experiment wat in verschillende rechtbanken zal worden uitgevoerd. Wellicht wordt de nadere gang naar de rechter juist beperkt door de nabijheidsrechter, waardoor de werkdruk op dat vlak zal afnemen. Ik denk dan ook dat het vooral alleen maar voordelen met zich mee zal brengen. Daarnaast bouwt dit ontwerp immers voort op het idee van een Regelrechter en een Wijkrechter, welke al eerder als geslaagde vereenvoudigde civiele procedures werden aangemerkt. Deze rechters waren op grond van artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd om bij voorafgaande instemming van partijen een vereenvoudigde procedure aan te gaan. De tijdelijke wet, aangaande de nabijheidsrechter, die ter discussie op tafel ligt maakt de toegang tot de rechter alleen nog maar gemakkelijker. Mocht dit idee na de beoogde startdatum op 1 januari 2025 als een houdbaar idee bestempeld worden, dan denk ik dat we deze voortgang alleen maar kunnen en vooral mogen toejuichen.

Lach eens naar het vogeltje; alles wat jij moet weten over het portretrecht

In een tijdperk waarin het delen van foto’s en video’s een alledaagse bezigheid is geworden en elke simpele klik een potentieel moment van publicatie kan zijn, mag enige basiskennis van het portretrecht natuurlijk niet ontbreken. Van spontane selfies tot zorgvuldig geplande fotoshoots, ontdek hoe dit wettelijke kader jouw visuele identiteit beschermt en wat het betekent voor jouw beeldmateriaal. Stel je lens scherp op de Auteurswet en maak kennis met de boeiende wereld van het portretrecht.

Wettelijke basis

Het portretrecht is geregeld in artikelen 19-23 van de Auteurswet. Deze artikelen omvatten de rechten van personen van wie een portret is gemaakt, ook wel geportretteerden genoemd, met betrekking tot de openbaarmaking of publicatie van hun portret. Maar wanneer spreken we eigenlijk van een portret? Er is sprake van een portret als iemand herkenbaar is afgebeeld. Het maakt hierbij niet uit of het portret is gefotografeerd, geschilderd of digitaal is vormgegeven. De voor een portret vereiste herkenbaarheid kan voortkomen uit een groot aantal kenmerken, waaronder een typerend postuur, duidelijke gelaatstrekken of een karikatuur van de geportretteerde. Bovendien maakt het portretrecht een belangrijk onderscheid tussen in opdracht gemaakte portretten en niet in opdracht gemaakte portretten

In opdracht gemaakte portretten

Artikelen 19 en 20 van de Auteurswet zijn van toepassing wanneer er sprake is van een situatie waarin de geportretteerde opdracht geeft aan iemand om een portret van hem te maken. Het kan hier dus gaan om een opdracht aan een fotograaf, schilder, (karikatuur)tekenaar of andere maker. Bij in opdracht gemaakte portretten heeft de geportretteerde een aantal rechten tegenover de maker van het portret en willekeurige derden. Zo is het voor de maker of willekeurige derden niet toegestaan om het portret openbaar te maken zonder de toestemming van de geportretteerde. Verder bepaalt artikel 20 lid 2 van de Auteurswet dat indien het portret twee of meer (herkenbare) personen afbeeldt, er toestemming vereist is van alle geportretteerden. Bovendien kunnen ook nabestaanden zich tot 10 jaar na het overlijden van de geportretteerde op het portretrecht beroepen.

Bovendien heeft de geportretteerde bij in opdracht gemaakte portretten het recht om het portret zonder de toestemming van de maker te verveelvoudigen (denk hierbij aan het maken van kopieën van bijvoorbeeld een foto). Ook bij het verveelvoudigen van een portret geldt de regel dat alle geportretteerden hiervoor toestemming moeten geven. Waar er voor verveelvoudiging van het portret geen toestemming van de maker nodig is, is deze conform het auteursrecht wel vereist voor de publicatie van het portret.

Niet in opdracht gemaakte portretten

De basisregel voor niet in opdracht gemaakte portretten is dat deze in beginsel vrij gepubliceerd mogen worden (artikel 21 Auteurswet). Een geportretteerde kan zich echter tegen de publicatie van zijn portret verzetten wanneer hij daar een redelijk belang bij heeft. Onder redelijk belang worden voornamelijk privacybelangen en commerciële belangen verstaan. Of er sprake is van een redelijk belang moet worden getoetst door een rechter. Hierbij weegt de rechter het belang van de privacy van de geportretteerde af tegen andere belangen, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting van degene die het portret heeft gepubliceerd (dit kan de maker zijn of een willekeurige derde). De omstandigheden van de situatie bepalen welk belang, ofwel de privacy van de geportretteerde of de vrijheid van meningsuiting van de maker, zwaarder moet wegen. Commerciële belangen, de tweede en minder vaak voorkomende variant van redelijk belang, kunnen zich bijvoorbeeld voordoen wanneer een BN’er zijn portret wil gebruiken voor commerciële doeleinden (denk hierbij bijvoorbeeld aan reclames). Het publiceren van andermans portret zonder redelijk belang kan resulteren in een schending van de privacy van de geportretteerde, wat bestraft kan worden met een schadevergoeding.

Conclusie

Kortom, of je nou liever voor de camera schittert als model of achter de camera dat ene perfecte plaatje najaagt, de Auteurswet biedt een wettelijk kader voor de publicatie van portretten. Dus lach gerust naar het vogeltje en laat je creativiteit de vrije loop, wetende dat het portretrecht jouw rechten waarborgt wanneer je wordt vereeuwigd op een prent.

Promoveren en degraderen in de gevangenis

Inleiding
In de gevangenis belanden is voor veel mensen moeilijk voor te stellen, maar voor meer dan 30.000 mensen per jaar wordt het werkelijkheid. Misschien dat jij, of iemand die je kent, ooit hiermee te maken krijgt. Als dat gebeurt, zal je vast veel vragen hebben. Bijvoorbeeld: wat kan je verwachten in de gevangenis en hoe werkt het leven achter de tralies? In de gevangenis wordt gewerkt met het systeem van promoveren en degraderen. In dit blog zal worden uitgelegd wat het systeem van promoveren en degraderen is, hoe het systeem werkt en wat dit betekent voor gedetineerden.

Wat is het systeem van promoveren en degraderen?
De eigen verantwoordelijkheid van gedetineerden is in de afgelopen tientallen jaren steeds belangrijker geworden. Dit blijkt onder andere uit het systeem van promoveren en degraderen dat in 2014 is ingevoerd. Dit systeem heeft als doel gedetineerden aan te moedigen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gedrag in de gevangenis. Gedetineerden die hun eigen verantwoordelijkheid nemen en goed gedrag vertonen, worden beloond met meer vrijheden en activiteiten die gedetineerden helpen bij de terugkeer naar de samenleving (ook wel ‘re-integratieactiviteiten’). Hieronder zal worden uitgelegd hoe dit systeem werkt.

Hoe werkt het systeem van promoveren en degraderen?
Het systeem van promoveren en degraderen bestaat uit een basis- en plusprogramma. De meeste gedetineerden beginnen in het basisprogramma. Het basisprogramma heeft 43 uur aan activiteiten per week, zoals arbeid, bezoek en recreatie. Ook krijgen gedetineerden in het basisprogramma motiverende activiteiten, zoals een training waarin deelnemers moeten nadenken over hun leven en over de vraag of ze een andere weg willen inslaan als ze uit de gevangenis komen. De motivatie van de gedetineerde voor re-integratie, diens gedrag en diens inzet zijn nodig om te kunnen promoveren naar het plusprogramma.

Als gedetineerden 6 weken lang goed gedrag laten zien, kunnen zij promoveren naar het plusprogramma. Het plusprogramma bestaat uit 48 uur aan activiteiten per week en heeft extra activiteiten op het gebied van onderwijs, arbeid en resocialisatie. Zo kan de arbeid in het plusprogramma een hoger loon, hoger niveau of meer vrijheden en verantwoordelijkheden betekenen. Verder zijn er meer bezoekmogelijkheden. Ook mogen gedetineerden in het plusprogramma 11 uur extra buiten hun cel verblijven. Daarmee bestaat het totale plusprogramma uit 59 uur per week. Daarnaast kunnen in principe alleen de gedetineerden in het plusprogramma verlof krijgen. Het plusprogramma heeft dus verschillende voordelen voor de gedetineerden.

Toetsingskader
De beslissing of iemand mag promoveren is gebaseerd op de motivatie en de inzet van de gedetineerde. Dit wordt gemeten met een toetsingskader. Dit toetsingskader is in 2020 aangescherpt. Er zijn sindsdien drie categorieën: gewenst, ongewenst en ontoelaatbaar gedrag. Hierbij wordt voor gewenst en ongewenst gedrag gekeken naar de beoordelingscriteria re-integratie/resocialisatie en verblijf/leefbaarheid. Onder gewenst gedrag valt het meewerken aan het opstellen van een eigen detentie & re-integratieplan, het houden aan (huis)regels en het meewerken aan het dagprogramma. Bij ongewenst gedrag werkt de gedetineerde juist niet mee en houdt diegene zich niet aan (huis)regels. Als een gedetineerde ontoelaatbaar gedrag vertoond, zoals het te laat of niet terugkeren van verlof of het gebruiken van alcohol of drugs, kan diegene na één fout al gedegradeerd worden naar het basisprogramma.

Wat betekent het systeem van promoveren en degraderen voor gedetineerden?
Omdat het plusprogramma veel voordelen heeft, is het voor gedetineerden fijn om in het plusprogramma te komen en te blijven. Hiervoor moet de gedetineerde zich goed gedragen, gemotiveerd zijn en inzet laten zien. Dit betekent dat de gedetineerde gewenst gedrag moet laten zien, zoals het houden aan (huis)regels. Daarnaast mag de gedetineerde niet de fout ingaan met ontoelaatbaar gedrag, zoals drinken of drugs gebruiken.

De gedetineerde kan tegen beslissingen over het promoveren en degraderen beklag indienen bij de Commissie van Toezicht van de gevangenis. Beklag indienen is ook mogelijk wanneer er geen beslissing wordt genomen. Belangrijk is dat de bezwaartermijn maar 7 dagen is. Tegen de uitspraak van de Commissie van Toezicht kan vervolgens in beroep worden gegaan bij de beroepscommissie van de Raad van de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Ook hierbij geldt een termijn van maar 7 dagen. Beklag en beroep moeten dus snel worden ingediend.

Conclusie
Het systeem van promoveren en degraderen speelt een belangrijke rol in de gevangenis. Voor gedetineerden is het belangrijk om in het plusprogramma te komen en te blijven vanwege de voordelen die het heeft. Daarom is het van belang dat ze gewenst gedrag laten zien en zich houden aan de regels. Afhankelijk van hun gedrag kunnen gedetineerden dus promoveren of degraderen. Als de gedetineerde het niet eens is met een beslissing over promoveren en degraderen, kan diegene beklag en/of beroep indienen.

Uit dit blog volgt dat het systeem van promoveren en degraderen ingewikkeld is en daardoor moeilijk te begrijpen. Het is dan ook heel logisch als u vragen heeft over het (systeem van) promoveren en degraderen. Mocht u advies willen over het promoveren of degraderen of andere strafrechtelijke kwesties, neem dan contact met ons op of kom langs tijdens het inloopspreekuur van Overheid & Strafrecht op dinsdag 19.00-20.30. Ook als u hulp nodig heeft met het schrijven van uw beklag- of beroepschrift, kunt u ons bellen of mailen. We zijn er om u te helpen en adviseren u graag.

Recht op thuiswerken?

In de lockdown-periode tijdens de coronacrisis leek het nog een tijdelijke noodoplossing, inmiddels zijn veel mensen eraan gewend: thuiswerken. Thuiswerken is niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Ook binnen de politiek werd gehoor gegeven aan deze institutionalisering. Op 5 juli 2022 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘wet werken waar je wilt’ aangenomen, dat de regels rondom thuiswerken versoepelt.
Echter, dit wetsvoorstel haalde afgelopen maand de stemming binnen de Eerste Kamer niet.
Vooralsnog blijven werknemers aangewezen op de ‘Wet Flexibel Werken’. Op grond van die wet kan een werknemer aan zijn werkgever het verzoek doen om deels vanuit huis te werken. De werkgever moet op basis van dit verzoek tot een gemotiveerd en schriftelijke beslissing komen. Afwijzing blijft echter de norm, en een algemene reden tot afwijzing volstaat. Hieronder een korte uitleg over de huidige regels rondom thuiswerken.

Aan welke voorwaarden moet een werknemer voldoen voor een verzoek tot thuiswerken?

Op grond van de ‘Wet Flexibel Werken’ moet een werknemer minstens zes maanden in dienst zijn, alvorens thuis kan worden gewerkt. Bovendien moet het bedrijf minimaal tien werknemers hebben. Het verzoek tot thuiswerken dient twee maanden van tevoren schriftelijk te worden gedaan.

Wanneer mag mijn werkgever het verzoek tot thuiswerken afwijzen?

Op grond van de ‘Wet Flexibel Werken’ is het voor een werkgever nog vrij gemakkelijk om een verzoek tot thuiswerken af te wijzen. Er is een aantal voorwaarden waar de afwijzing aan moet voldoen. De werkgever moet de afwijzing eerst met de werknemer bespreken. Bovendien moet de beslissing binnen een maand na het verzoek schriftelijk worden vastgelegd. Een jaar na de afwijzing van het verzoek mag de werknemer opnieuw een poging wagen.

Wat als mijn werkgever het verzoek tot thuiswerken toewijst?

Indien uw werkgever het verzoek tot thuiswerken toewijst, is het sterk aan te raden de afspraken rondom thuiswerken vast te leggen in een thuiswerkovereenkomst. Denk hierbij aan afspraken rondom de tijden en dagen dat u thuiswerkt, maar ook aan kostenvergoedingen.

Daarnaast is het nog verstandig om stil te staan bij de arbeidsomstandigheden. Als een werknemer vaker dan incidenteel thuiswerkt, is de werkgever verantwoordelijk voor een ergonomisch ingerichte werkplek. Bijna alle regels uit de Arbowet zijn ook van toepassing op thuiswerkende werknemers.

Of er ooit nog een recht op thuiswerken komt, zal de toekomst moeten uitwijzen. Tot die tijd, moeten werkgevers en werknemers het met bovenstaande regels doen.