Nee is nee en geen nee maakt nog geen ja

Nee is nee en geen nee maakt nog geen ja

11 nov 2020

De woorden corona wetgeving, corona boete en corona maatregelen zijn de afgelopen maanden zo vaak gevallen, uitgelegd en besproken dat we bijna vergeten dat er nog andere dingen aan de hand zijn binnen Nederlandse wetgeving. Niks is echter minder waar, nu minister Grapperhaus de wetgeving rond een veelomstreden onderwerp, seksueel grensoverschrijdend gedrag, onder de loep neemt.
,,Seksueel grensoverschrijdend gedrag komt te veel voor en heeft vaak indringende en langdurige gevolgen. Mensen voelen zich onveilig, gekwetst of vernederd. Seks moet vrijwillig en gelijkwaardig zijn; dat is de sociale norm.’’ dat zegt minister Grapperhaus, daarom wil hij verduidelijken wat onder seksueel grensoverschrijdend gedrag valt, en wat wel of niet strafbaar moet zijn in deze digitale tijd.

Kinderen en de gevaren van het internet
Het nieuwe wetsvoorstel brengt verschillende ontwikkelingen met zich mee die tekenend zijn voor de tijd waarin wij verkeren. Ten eerste wordt online misbruik gelijkgesteld aan offline misbruik qua strafbaarheid. Dit is niet meer dan logisch aangezien onze belevingswereld zich ook steeds meer online bevindt en juist kwetsbare groepen zoals kinderen daar ook veel tijd besteden. Een voorbeeld waarop deze nieuwe wet kinderen online beschermt ligt in het strafbaar stellen van sexchatting. Onder dit sexchatting wordt verstaan: stelselmatig op seksuele manier met kinderen communiceren. Een belangrijk onderscheid is het onderscheid tussen sexchatting en sexting. Sexting wordt niet strafbaar gesteld omdat er vanuit wordt gegaan dat dit tussen leeftijdsgenoten in een gelijkwaardige situatie gebeurt en het alleen bedoeld is voor privégebruik.

Seks tegen de wil
Een andere verandering die de wet met zich meebrengt is de strafbaarstelling van seks tegen de wil. Als het wetsvoorstel geaccepteerd wordt hoeft er geen sprake meer te zijn van geweld of bedreiging voordat een seksuele handeling tegen de wil strafbaar kan zijn. Het nieuwe wetsvoorstel brengt mee dat de dader uit de omstandigheden redelijkerwijs moet weten of de ander, het slachtoffer, consent geeft voor de seksuele handelingen. Dit is een veel omstreden punt in het wetsvoorstel. De Raad voor de Rechtspraak noemt het vaag en vindt dat niet van mensen verwacht kan worden wanneer de ander redelijkerwijs geen behoefte had aan de seksuele handeling. Amnesty International daarentegen vindt dat de wet niet ver genoeg gaat, seks tegen de wil zal altijd verkrachting moeten worden genoemd, iets anders is een belediging voor het leed dat het slachtoffer heeft gevoeld.

Opinie
Ten eerste is het gelijkstellen van online en offline seksueel grensoverschrijdend gedrag niet alleen goed maar ook hoognodig; het internet en al zijn bijkomende handigheidjes, maar ook gevaren, zal de komende tijd nog niet van het podium verdwijnen. Duidelijkheid over wat wel of niet kan op het internet is dan ook nodig.

Een moeilijker onderwerp lijkt seksueel overschrijdend gedrag.
Seksueel overschrijdend gedrag blijkt een groot wereldwijd probleem zoals ook bleek uit de vele Me Too schandalen, daarom vind ik het niet meer dan logisch dat minister Grapperhaus probeert de wetgeving aan te scherpen. Ik ben het dan ook niet volledig eens met de Raad voor de Rechtspraak. Zij vinden dat het nog te vaag is wanneer iemand redelijkerwijs geen behoefte had aan seksuele handelingen. Ik vind dit geen solide argument aangezien de wet vol staat met termen zoals redelijkerwijsredelijkheid en billijkheid en naar maatstaven van. Dit brengt dan misschien met zich mee dat deze term eerst invulling nodig heeft in de vorm van jurisprudentie wat de rechtszekerheid tijdelijk zou kunnen aantasten. De vraag waar ik dan ook graag mee wil afsluiten is deze: Is dat kleine stukje tijdelijke rechts(on)zekerheid ons niet minder waard dan de bescherming van potentiële slachtoffers?