Al enige tijd is het een veelbesproken onderwerp op verjaardagen, het werk en in het dagelijks leven. De fatbikes die worden gezien als een zegen voor de mobiliteit van jongeren, maar tegelijkertijd zorgen voor overlast op het fietspad en in voetgangersgebieden. Na jaren van speculatie over landelijke actie, nemen gemeenten nu zelf het heft in handen. Steden als Enschede introduceren lokale verboden. Maar hoe stevig staan deze lokale verboden juridisch in hun schoenen?
Waarom wil de gemeente Enschede een fatbikes verbod?
Net als bij de discussie over het vuurwerkverbod, ligt de oorsprong van de roep om maatregelen bij overlast en veiligheidsrisico's. Het fatbike verbod moet de overlast van fatbikes in het centrum verminderen, dit zegt de gemeentewoordvoerder van Enschede. Artsen trekken al langer aan de bel over de ernst van de ongevallen waarbij fatbikes betrokken zijn, vaak met jonge bestuurders en hoge snelheden. Dit zorgt er voor dat er ook veel politieke druk is om actie te ondernemen. Het opstellen van landelijke regeling kan erg lang duren, dus kiezen gemeenten voor hun eigen regelgeving in de Algemene Plaatselijke vorderingen.
Het juridische kader in Enschede
De gemeente Enschede is een van de voorlopers en voert een tijd- en plaatsgebonden rijverbod voor fatbikes in de voetgangerszone van de binnenstad in. Dit roept direct de rechtsvraag op: wat is de juridische houdbaarheid van zo’n specifiek verbod?
De juridische basis in Enschede rust op lokale regelgeving, die recentelijk is aangescherpt. De kern ligt in Artikel 2:52a van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit artikel regelt specifiek het verbod om met fatbikes binnen de aangewezen voetgangerszones te rijden tijdens bepaalde tijden. Daarnaast is de Beleidsregel voetgangerszone binnenstad Enschede 2025 vastgesteld. Hierin wordt eindelijk gedefinieerd wat juridisch onder een fatbike wordt verstaan, zie art. 1.1 en worden de regels voor ontheffingen vastgelegd. De gemeenteraad en het college maken hierbij gebruik van hun autonome verordenende bevoegdheid om de lokale openbare orde en veiligheid te regelen. De regels zijn dus lokaal. Wel moet de bevoegdheid gegeven worden door de nationale wetgeving. Dit volgt uit de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zie art. 4 en art. 15 WVW
Kunnen we verwachten dat meer gemeenten dit gaan doen?
We kunnen zeker verwachten dat meer steden een plaatselijke vordering zullen instellen wat betreft de fatbikes. Grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven kijken dan ook al naar opties om dit in te voeren. Amsterdam heeft bijvoorbeeld al plannen om fatbikes te verbieden in het Vondelpark, waar de drukte en snelheid vaak tot gevaarlijke situaties leiden. De druk op de Tweede Kamer om met landelijke regels te komen blijft dan ook groot, zolang Den Haag dan ook geen actie onderneemt is de kans groot dat steeds meer gemeenten hun eigen APV gebruiken om lokaal in te grijpen. Als de aanpak in Enschede juridisch overeind blijft, dan is de kans groot dat we binnenkort in heel Nederland lokale fatbike-verboden gaan zien.
Conclusie
Het fatbikeverbod in Enschede is een kantelpunt in hoe gemeenten omgaan met het overlast en het gevaar wat fatbikes met zich meenemen. Wat begon als een trend voor jongeren, is uitgegroeid tot een gevaar waar gemeenten graag de grip op willen houden. Door de regels in de lokale verordeningen te vestigen op grond van de bevoegdheid die in de Wegenverkeerswet is geregeld, heeft Enschede de weg vrijgemaakt voor een strenger beleid. De komende maanden zal blijken of dit verbod ook echt zorgt voor de gehoopte rust op de fietspaden en in de voetgangerszones. Eén ding is in ieder geval zeker: de tijd dat de fatbikeoveral ongestoord vrij spel had, is voorbij.